Zuurstof deel 2
In Zuurstof deel 1 hebben we het nut van zuurstof in de vijver besproken en de minimale hoeveelheid die we daarbij nastreven. Tevens hebben we gezien hoe zuurstof in de vijver terecht komt via een proces dat we diffusie noemen. Tot slot hebben we geconstateerd dat koud water meer zuurstof kan bevatten dan warm water. In dit artikel behandelen we het meten van het zuurstofgehalte in de vijver en wat je kunt verwachten bij een tekort.
Zuurstof meten
De hoeveelheid zuurstof in de vijver kunnen we meten. Dit kan op een digitale of optische manier met een Dissoved oxygen meter (opgeloste zuurstofmeter) maar er zijn ook druppeltests op de markt. Deze laatste zijn minder nauwkeurig, maar als indicator goed genoeg.
We kunnen het zuurstofgehalte in de vijver op twee manieren uitdrukken:
- Het absolute zuurstofgehalte
Hierbij wordt de hoeveelheid zuurstof wordt uitgedrukt in milligrammen per liter
- Het relatieve zuurstofgehalte
Dit geeft wat het percentage zuurstof is ten opzichte van de maximaal mogelijke (100%) zuurstofconcentratie (gegeven de temperatuur). Dit relatieve zuurstofgehalte maakt metingen onderling vergelijkbaar (ongeacht de temperatuur). Zo kun je een vijver met een relatief zuurstofgehalte van boven de 80% hygiënisch in orde noemen en een percentage van onder de 60% sterk vervuild (of je dit nu ’s zomers meet of ’s winters meet maakt niet uit).
![]()
Toelichting: water van 10 graden Celsius kan maximaal 11,3 milligram zuurstof bevatten, bij water met een temperatuur van 26 graden is dat nog maar 8,1 milligram. Als je gedurende het jaar een relatieve verzadiging hebt van 80% (dus bij een goede hygiënische vijver) heb je bij 10 graden watertemperatuur dus een absoluut zuurstofgehalte van 80% x 11,3 milligram = 9,0 milligram. Ruim voldoende om alle processen in de vijver (benodigd minimaal 7.0 milligram) maximaal te laten verlopen. Bij 26 graden is dit nog maar 6,5 milligram en zit je al iets onder de norm. Kun je nagaan hoe dit is bij een organisch zwaar belaste vijver met een verzadiging van 60% (6,8 respectievelijk 4,9 milligram). In dit soort vervuilde vijvers komt vaak verstikking
voor bij warm weer. Kortom, vijverhygiëne en waterbeweging zijn bij hoge temperaturen een must!
Zuurstofgebrek
Zuurstof wordt door de vissen opgenomen via de kieuwen. Bloed wordt door de kieuwen gepompt en neemt daar zuurstof op uit het omliggende water (eveneens door diffusie). De kieuwen moeten dus continu van vers water worden voorzien, dit doet de koi door continu de bek te openen en te sluiten waardoor water langs de kieuwen wordt geleid.

Een tekort aan zuurstof kan ontstaan bij warm weer, een onhygiënische vijver, onvoldoende beluchting en zuurstofonttrekkende middelen zoals de meeste “medicijnen”. Een onderschat probleem vormen een vijver met veel zuurstofplanten (waaronder ook algen vallen). Deze produceren zuurstof bij daglicht, maar verbruiken zuurstof als het donker is. Hierdoor kan ’s nachts zuurstofgebrek ontstaan. Waterbeweging (beluchten) is dan ’s nachts veel belangrijker dan overdag.
